ECLI:NL:CRVB:2014:4048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid ambtenaar
Appellante, werkzaam bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, viel in 2003 en opnieuw in 2009 uit met burn-out klachten. De minister paste een korting op haar bezoldiging toe vanwege arbeidsongeschiktheid langer dan 52 weken. Appellante stelde dat haar werkomstandigheden, waaronder hoge werkbelasting en onvoldoende opvolging van UWV-advies, een buitensporig karakter hadden en dat er gebreken waren in het arbeidsomstandighedenbeleid.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende objectieve feiten had aangeleverd om te bewijzen dat haar werkomstandigheden buitensporig waren. De tijdelijke afwezigheid van collega’s en conflicten werden niet als uitzonderlijk zwaar beoordeeld. Ook werd vastgesteld dat het UWV-advies grotendeels was opgevolgd en dat de persoonlijke gevoeligheid van appellante niet meegewogen kon worden.
Het rapport van de Stichting Bureau Beroepsziekten FNV bood geen feitelijke grondslag voor de stelling dat het arbeidsomstandighedenbeleid tekort schoot. De Raad concludeerde dat de korting op de bezoldiging terecht was en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De korting op de bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd omdat geen buitensporige werkomstandigheden zijn aangetoond.