ECLI:NL:CRVB:2014:4061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.I. van der Kris
- R.E. Bakker
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over mate van arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies
Appellant, werkzaam als schipper, ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na een ziekmelding in 2010 wegens nek-, schouder- en armklachten handhaafde het UWV deze mate van arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en overhandigde een rapport van verzekeringsarts Van der Boog, die meer beperkingen aannam dan het UWV. Van der Boog uitte ook twijfels over de geschiktheid van de geselecteerde functies, met name vanwege nachtarbeid, bereikbaarheid en fijnmotorische belasting.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV-besluit een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag heeft. De Raad verwierp de argumenten van Van der Boog en appellant, vond geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige en wees het verzoek om wettelijke rente af.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.