ECLI:NL:CRVB:2014:4109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag incidentele aanvullende uitkering wegens ontbreken uitzonderlijke arbeidsmarktsituatie in Vlissingen
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen, diende een verzoek in voor een incidentele aanvullende uitkering (IAU) over 2011. De staatssecretaris wees dit verzoek af op advies van de Toetsingscommissie WWB (TC), die oordeelde dat niet voldaan was aan de statistische criteria voor een uitzonderlijke arbeidsmarktsituatie zoals gesteld in artikel 15 van Pro de Regeling WWB en WIJ.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de stijging van het aantal niet werkende werkzoekenden in 2011 en de daling van het aantal vacatures op Walcheren duidden op een uitzonderlijke situatie. Daarnaast wees appellant op faillissementen van grote bedrijven in de regio als indicaties.
De Raad concludeerde dat de TC terecht de referteperiode van drie jaar hanteerde en dat de statistieken over 2011 op zichzelf geen uitzonderlijke situatie aantonen. De vacaturecijfers werden vanwege betrouwbaarheid niet meegenomen en de faillissementen hadden slechts beperkte invloed op de arbeidsmarktontwikkeling in 2011. Ook de lage instroom in de bijstand werd verklaard door gemeentelijk beleid. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De aanvraag voor een incidentele aanvullende uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt in Vlissingen.