ECLI:NL:CRVB:2014:4116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en opschorting bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek garagebox
Appellant ontvangt sinds 2010 bijstand en werd in 2012 meerdere keren opgeroepen voor een onderzoek naar de rechtmatigheid van zijn bijstandsuitkering. Na het niet verschijnen op oproepen werd de bijstand opgeschort. Tijdens een gesprek op 26 september 2012 weigerde appellant medewerking aan een huisbezoek aan zijn garagebox, waarop de bijstand werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de opschorting en intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek niet gerechtvaardigd was en dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek. De Raad oordeelde dat er voldoende aanleiding was voor het onderzoek vanwege eerdere niet-naleving, vermoedens over woon- en leefomstandigheden en vragen over een dure auto en betalingen.
De Raad stelde dat het college bevoegd was de bijstand op te schorten en in te trekken wegens onvoldoende medewerking en schending van de inlichtingenplicht. Het huisbezoek aan de garagebox was redelijk en noodzakelijk om de juistheid van de verstrekte gegevens te controleren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstand van appellant is terecht opgeschort en ingetrokken wegens onvoldoende medewerking en weigering huisbezoek.