ECLI:NL:CRVB:2010:BO0319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Opschorting bijstandsuitkering onterecht wegens verkeerde toepassing artikel 54 WWB
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het College opgeschort wegens het niet nakomen van verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling, namelijk het niet verschijnen bij een gesprek voor ondertekening van een trajectplan.
Het College paste artikel 54, eerste lid, WWB toe voor opschorting, maar de Raad oordeelde dat dit artikel alleen geldt bij onvoldoende medewerking aan onderzoek naar recht op bijstand, niet voor onvoldoende arbeidsinschakeling. Het opschortingsbesluit was daarom onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens vermeend gebrek aan procesbelang, omdat de uitkering later toch werd uitbetaald. De Raad vond dit onterecht, mede omdat het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten te laat was ingediend maar dit te wijten was aan het College dat niet tijdig herinnerde of een hoorzitting hield.
De Raad vernietigde het besluit op bezwaar en de aangevallen uitspraak, herroept de opschortingsbesluiten en veroordeelt het College tot vergoeding van bezwaarkosten (€322) en proceskosten (€1.288). Tevens moet het College het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het opschortingsbesluit bijstand wordt vernietigd en het College veroordeeld tot vergoeding van bezwaarkosten en proceskosten.