ECLI:NL:CRVB:2014:4186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante viel op 15 juli 2008 uit wegens vocht in haar benen en raakte op 7 januari 2010 betrokken bij een auto-ongeval met hoofdpijn en vermoeidheidsklachten tot gevolg. Het UWV weigerde per 13 juli 2010 een WIA-uitkering toe te kennen en beëindigde het voorschot, met terugvordering van € 10.282,25.
Na bezwaar en een medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die een Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde, concludeerde een arbeidsdeskundige dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het medische onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen werden onderschat en overhandigde zij medische rapporten uit Dubai. De Raad oordeelde dat deze buitenlandse gegevens niet overeenkomen met de Nederlandse onderzoeken en geen vervolgbehandelingen kenden. Bovendien was er sprake van een nieuw ongeval in november 2011, waardoor latere medische gegevens niet relevant zijn voor de datum in geschil.
De Raad bevestigde dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat het UWV bevoegd is het voorschot terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering en terugvordering van het voorschot wordt bevestigd.