Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als assistent productiemedewerker, viel uit vanwege diverse medische klachten waaronder nek- en schouderpijn, suikerziekte en spanningsklachten. Het UWV stelde vast dat zij vóór het einde van de wettelijke wachttijd geschikt was voor maatmanarbeid, waardoor zij geen recht had op een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante stelde dat haar werkomgeving psychisch te belastend was en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, maar kon dit niet met concrete stukken onderbouwen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank. De Raad vond dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren en dat appellante niet had aangetoond dat zij niet geschikt was voor haar eigen werk. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanarbeid.