ECLI:NL:CRVB:2014:4239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- F. Hoogendijk
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht marktkraam
Appellanten ontvingen vanaf oktober 2008 bijstand op grond van de WWB. Na melding dat appellant werkzaamheden verrichtte in de marktkraam van zijn dochter op de Beverwijkse Bazaar, stelde het college een onderzoek in. Op basis hiervan trok het college de bijstand in en vorderde het een bedrag van ruim €25.000 terug.
Het college paste het besluit later aan en beperkte de intrekking tot de zaterdagen en zondagen in de betreffende periode, met een terugvordering van €6.627,14. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellant daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte die verder gingen dan marginale familiediensten, en dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden door deze niet te melden.
De Raad oordeelde echter dat het college ten onrechte de intrekking en terugvordering toepaste over 21 april 2012, omdat de kraam toen gesloten was. Daarom vernietigde de Raad het besluit voor zover het die datum betrof en bepaalde dat het college een nieuwe berekening moet maken. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over het bedrag van de bijstand over 21 april 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over 21 april 2012 wordt vernietigd.