ECLI:NL:CRVB:2014:4243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verlenging bijstandsuitkering wegens onvoldoende omzetgroei en onvoldoende levensvatbaarheid bedrijf
Appellant startte in juli 2009 een eenmanszaak en ontving van februari 2010 tot februari 2011 bijstand op grond van het Bbz 2004. Hij vroeg verlenging van de bijstand, waarbij het college advies inriep van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK). Dit advies stelde dat appellant een substantiële omzetgroei van €40.000 in 2011 moest realiseren om in aanmerking te komen voor verlenging.
Het college kende een uitkering toe tot 22 september 2011, met de waarschuwing dat bij uitblijven van deze omzetgroei de uitkering zou worden beëindigd. Appellant vroeg opnieuw verlenging en overhandigde een omzetbegroting van een derde partij, die een omzet van €34.156,34 voorspelde. Het college wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat de omzetgroei van €40.000 haalbaar was en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bedrijf op 30 november 2011 niet levensvatbaar was omdat de taakstellende omzet niet werd gehaald. Ook verwierp de Raad het verweer dat de voorwaarden onvoldoende duidelijk waren geformuleerd en dat de standkosten onjuist waren verwerkt in de winstberekening. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag tot verlenging van de bijstandsuitkering is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat een substantiële omzetgroei van €40.000 in 2011 haalbaar was en het bedrijf niet levensvatbaar is.