ECLI:NL:CRVB:2008:BD8559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, een zelfstandige boomkweker sinds 1971, vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) om bedrijfskapitaal te verkrijgen voor uitbreiding en overdracht van zijn bedrijf. De Dienst Regelingen adviseerde aanvankelijk positief, maar het College wees de aanvraag af wegens onlevensvatbaarheid van het bedrijf.
Na bezwaar en aanvullend advies van de Dienst Regelingen handhaafde het College het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is en dat het College ten onrechte niet heeft beoordeeld of hij in aanmerking kwam voor bijstand op grond van een andere bepaling van het Bbz 2004. Tevens verzocht hij om schadevergoeding.
De Raad oordeelt dat het bedrijf op het moment van het primaire besluit niet levensvatbaar was, mede vanwege te ambitieuze omzetverwachtingen, beperkte arbeidsinzet vanwege arbeidsongeschiktheid en financieringslasten van de eigen woning. De aanvraag is terecht beoordeeld onder de regeling voor gevestigde zelfstandigen met een levensvatbaar bedrijf. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.