ECLI:NL:CRVB:2014:4257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding hennepkwekerij en onduidelijke woonsituatie
Appellant ontving bijstand en huurde een woning waar op 20 augustus 2012 een hennepkwekerij werd ontmanteld. Het college trok de bijstand in en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht door niet te melden dat in zijn woning een hennepkwekerij was aangetroffen en vanwege aanzienlijke kasstortingen zonder verklaring.
Appellant stelde dat hij de woning had onderverhuurd en niet betrokken was bij de kwekerij, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook gaf hij wisselende verklaringen over zijn woonadres, wat leidde tot afwijzing van een nieuwe bijstandsaanvraag.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor onderhuur en geen plausibele verklaring gaf voor de kasstortingen. Daarnaast was zijn woon- en verblijfplaats onduidelijk door tegenstrijdige verklaringen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en de nieuwe aanvraag afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijke woonsituatie.