ECLI:NL:CRVB:2014:4266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellant had studiefinanciering ontvangen op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek op het GBA-adres bleek dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde, wat leidde tot herziening van de studiefinanciering en terugvordering van te veel betaalde bedragen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat hij geen toestemming had gegeven voor het betreden van de woning en dat de controleurs niet in de juiste kamer hadden gekeken. Tevens stelde hij dat hij wel op het GBA-adres woonde en dat de terugwerkende kracht van de herziening in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat toestemming voor het huisbezoek door de hoofdbewoonster was verleend en dat dit ook rechtmatig was ten aanzien van appellant, omdat de zolderkamer niet als exclusief woongebruik van appellant was aangemerkt. De Raad verwierp het verweer dat de controleurs niet in de juiste kamer hadden gekeken en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant niet op het GBA-adres woonde.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.