Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Voorts is bij bestreden besluit 2 het bezwaar tegen de definitieve overplaatsing ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten, werd na een periode van onvoldoende functioneren tijdelijk overgeplaatst naar een andere passende functie. De beoordeling van zijn functioneren, met name op de gedragscompetentie integriteit, werd door de korpschef negatief beoordeeld en leidde tot een definitieve overplaatsing.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de negatieve beoordeling onvoldoende was gemotiveerd vanwege ontbrekende gegevens over de laatste beoordelingsperiode. De korpschef handhaafde echter zijn standpunt. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het ontbreken van gegevens over de laatste zes weken geen belemmering vormt voor de beoordeling en dat de negatieve scores, behalve die op integriteit, voldoende zijn onderbouwd.
De Raad vernietigde het oordeel over integriteit en stelde deze score vast op voldoende niveau (C). De definitieve overplaatsing werd gegrond verklaard omdat het belang van de dienst dit vorderde en de nieuwe functie passend was. De Raad veroordeelde de korpschef tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De tijdelijke overplaatsing wordt bevestigd, de negatieve score integriteit wordt vernietigd en vastgesteld op voldoende, en het beroep tegen de definitieve overplaatsing wordt ongegrond verklaard.