ECLI:NL:CRVB:2014:4302
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding tandheelkundige implantaten op grond van Wuv
Appellant, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van de kosten van twee tandheelkundige implantaten. Verweerder wees dit verzoek af omdat de gebitsproblemen niet in verband worden gebracht met de oorlogsvervolging, maar door andere oorzaken zijn ontstaan.
De Raad overwoog dat tandartskosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen indien sprake is van causale gebitsaandoeningen, bijvoorbeeld door langdurige ondervoeding tijdens internering in kampen. Appellant had als kind langdurig ondergedoken gezeten, maar niet geïnterneerd in kampen. Uit de medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs bleek dat de voedselsituatie tijdens onderduik niet vergelijkbaar was met die in kampen en dat er geen rode draad van ernstige gebitsproblematiek was die tot de oorlog terugvoert.
De verklaring van de behandelend tandarts van appellant was onvoldoende concreet om het oordeel te weerleggen. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van tandheelkundige implantaten wordt afgewezen.