ECLI:NL:CRVB:2014:4315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die zich ziek meldde met psychische en lichamelijke klachten, kreeg op 19 maart 2012 te horen dat hij geen WIA-uitkering ontvangt omdat zijn arbeidsongeschiktheid onder de 35% ligt. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten die geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
De rechtbank Groningen wees het beroep van appellant af en oordeelde dat het UWV niet verplicht was appellant voorafgaand aan het bestreden besluit opnieuw te horen. De medische beoordeling was voldoende onderbouwd en de geselecteerde functies overschrijden de belastbaarheid van appellant niet.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen. Er was geen nieuwe medische informatie die het standpunt van het UWV ondermijnde. De Raad bevestigde dat de functies passend zijn en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 35% bedraagt, waardoor het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.