ECLI:NL:CRVB:2014:4317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen en beoordeling van schorsing en ontslag
Appellant werd geschorst en ontslagen wegens verstoorde arbeidsverhoudingen binnen zijn afdeling. Na bezwaar verklaarde het college de bezwaren niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van processueel belang, gesteund op een overeenkomst die later onrechtmatig bleek.
De Raad oordeelde dat appellant terug mocht komen op zijn ondertekening van de overeenkomst omdat het college pas later instemde, waardoor het eerste besluit en de uitspraak werden vernietigd. Het college moest een nieuw inhoudelijk besluit nemen, dat het bezwaar ongegrond verklaarde en een ontslagvergoeding toekende.
De Raad beoordeelde dat de verstoorde verhoudingen aannemelijk waren en het ontslag gerechtvaardigd. De toegekende ontslagvergoeding was passend, met een plusuitkering vanwege het aandeel van het college in het ontstaan van de situatie. De schorsing werd eveneens als redelijk beoordeeld.
De Raad wees een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand af omdat de primaire besluiten niet waren herroepen, maar vergoedde het betaalde griffierecht. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit tot afwijzing van het bezwaar tegen schorsing en ontslag wordt ongegrond verklaard.