ECLI:NL:CRVB:2014:4319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering zonder nieuwe uitlooptermijn na bijduiding functies
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 25-35%, gebaseerd op vijf functies die hij kon vervullen. Tijdens bezwaar werden wijzigingen aangebracht in de Functionele Mogelijkhedenlijst, waarbij enkele functies vervielen en drie nieuwe passend werden geacht, resulterend in een hogere arbeidsongeschiktheid van 55-65%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stond de vraag centraal of het UWV een nieuwe uitlooptermijn moest hanteren na de bijduiding van functies. Appellant stelde dat de wijziging van functies een nieuwe uitlooptermijn rechtvaardigde.
De Raad oordeelde dat de bijgeduide functies binnen dezelfde SBC-code vielen als de oorspronkelijke functies en dat appellant zich hiervan bewust had kunnen zijn bij de eerste beslissing. Daarom was een nieuwe uitlooptermijn niet vereist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering zonder nieuwe uitlooptermijn wordt bevestigd.