ECLI:NL:CRVB:2014:4376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- G.M.G. Hink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-naleving meldings- en medewerkingsplicht
Appellante ontving sinds 2005 bijstand en stond ingeschreven op een adres in Amsterdam. In 2012 bleek dat zij tijdelijk op het adres van haar schoonzus verbleef zonder dit te melden, wat leidde tot een onderzoek door de gemeente. Het college trok de bijstand met ingang van 1 augustus 2012 in en vorderde de kosten terug. Tevens werd een nieuwe aanvraag afgewezen omdat appellante niet verscheen op twee verplichte gesprekken zonder bericht van verhindering.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante haar inlichtingenplicht schond door het verblijf op het andere adres niet te melden, ook al was dit tijdelijk. Daarnaast verleende zij onvoldoende medewerking aan een huisbezoek op dat adres. Het college had een redelijke grond voor het huisbezoek vanwege de verklaringen van appellante zelf.
Ook de afwijzing van de nieuwe aanvraag is terecht omdat appellante niet op de gesprekken verscheen en geen geldige redenen aannemelijk maakte. De Raad bevestigt daarom de uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en afwijzing van de aanvraag wegens niet-naleving van meldings- en medewerkingsplicht.