ECLI:NL:CRVB:2014:4407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- G. van Zeben-de Vries
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding en onvoldoende gronden AWBZ-pgb
Appellant had beroep ingesteld tegen besluiten van het Zorgkantoor Zuid-Hollandse Eilanden betreffende de afkeuring van de verantwoording van zijn persoonsgebonden budget (pgb) over 2011 en de intrekking van de toekenningsbeschikking voor 2012. De rechtbank Rotterdam verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk: het eerste beroep wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden, het tweede omdat appellant geen specifieke beroepsgronden had aangevoerd binnen de gestelde termijn.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij het beroepschrift tijdig had verzonden en dat hij met een brief van 27 maart 2013 wel degelijk gronden had aangevoerd. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig was verstuurd en dat de brief onvoldoende duidelijkheid gaf over de inhoudelijke bezwaren tegen het besluit. Een algemene verwijzing naar het motiveringsbeginsel volstaat niet als beroepsgrond.
De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen en verwierp de overige gronden van appellant. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2014.
Uitkomst: De beroepen van appellant zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en onvoldoende beroepsgronden.