ECLI:NL:CRVB:2017:1333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in AOW-zaken
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen drie besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) omtrent AOW-partnertoeslag, ouderdomspensioen en overbruggingsuitkering. De rechtbank Overijssel had de beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep vastgesteld dat de ingediende beroepschriften geen gronden bevatten. Appellanten zijn meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen, maar hebben deze termijnen ongebruikt laten verlopen. De Raad benadrukt dat hoewel aan de motivering van een beroepschrift geen hoge eisen worden gesteld, de gronden wel voldoende duidelijkheid moeten geven over het geschil.
Een betoog van appellanten over de ondertekening van brieven door de griffier in plaats van de Raad zelf werd verworpen. De Raad concludeert dat de hoger beroepen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.