ECLI:NL:CRVB:2014:4413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling uitgangspositie in Landelijk Functiehuis Nederlandse Politie en functieonderhoud
Betrokkene is sinds 2002 werkzaam als Allround politiemedewerker en kreeg in 2011 een besluit over haar uitgangspositie binnen het Landelijk Functiehuis Nederlandse Politie (LFNP). Zij maakte bedenkingen tegen dit besluit, die echter niet duidelijk als een verzoek om functieonderhoud konden worden opgevat. De rechtbank verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit wel een appellabel besluit is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
In hoger beroep werd vastgesteld dat de bedenkingen van betrokkene niet duidelijk de strekking hadden van een verzoek om functieonderhoud, anders dan in vergelijkbare zaken waarin dergelijke bedenkingen wel als zodanig werden beschouwd. Betrokkene had bovendien de termijn om gebruik te maken van de wisselbepaling voor functieonderhoud gemist.
De Raad verklaarde het beroep tegen het besluit daarom ongegrond en veroordeelde de korpschef in de proceskosten van betrokkene. Tevens werd het betaalde griffierecht aan betrokkene terugbetaald. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2014.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de uitgangspositie wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.