ECLI:NL:CRVB:2014:530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ontvankelijkheid en inhoudelijke behandeling aanvraag functieonderhoud politie
Appellant, werkzaam als [naam functie A], maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn uitgangspositie binnen het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Hij stelde dat zijn feitelijke werkzaamheden wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving en verzocht om functieonderhoud. De korpschef verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat appellant geen formele aanvraag om functieonderhoud had ingediend met het voorgeschreven formulier.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, oordelend dat het bezwaar niet-ontvankelijk had mogen worden verklaard, maar dat appellant geen recht had op herwaardering van zijn functie. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de korpschef ten onrechte niet inhoudelijk op de aanvraag om functieonderhoud heeft beslist, omdat hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag niet te behandelen wegens het ontbreken van het formulier.
De Raad benadrukt dat de bedenkingen van appellant moeten worden opgevat als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ook al is het formulier niet gebruikt. De Raad draagt de korpschef op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de aanvraag inhoudelijk wordt behandeld. Dit oordeel is gebaseerd op de toepasselijke artikelen van de Awb en de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp).
Uitkomst: De korpschef moet binnen zes weken een nieuwe inhoudelijke beslissing nemen op de aanvraag om functieonderhoud.