ECLI:NL:CRVB:2014:4429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag woonvoorziening ondanks verhuizing zonder voorafgaande toestemming
Betrokkene, rolstoelafhankelijk door hersenbeschadiging, verhuisde met zijn gezin naar een woning dichter bij zijn nieuwe school, Werkenrode, omdat zijn oude school niet langer de benodigde begeleiding kon bieden. Voor de aanpassing van de garage diende zijn vader een aanvraag in voor een woonvoorziening op grond van de Wmo, welke door het college werd afgewezen omdat betrokkene zonder voorafgaande toestemming was verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte was volgens de Verordening.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat betrokkene niet kon worden tegengeworpen dat hij geen toestemming had gevraagd, mede omdat het college niet voortvarend had gehandeld en de hardheidsclausule had moeten toepassen. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en betwistte onder meer het oordeel over de meest geschikte woning en de hoogte van de vergoeding.
De Raad concludeert dat het college betrokkene niet heeft afgehouden van het doen van een aanvraag en onderschrijft dat het college eerder had moeten wijzen op het toestemmingsvereiste. Ook oordeelt de Raad dat de rechtbank terecht gebruik maakte van haar bevoegdheid om zelf in de zaak te voorzien. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het college griffierecht moet betalen.
Uitkomst: Hoger beroep van het college wordt verworpen en uitspraak van de rechtbank bevestigd.