ECLI:NL:CRVB:2014:4446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na nek- en schouderklachten
Appellante, werkzaam als tandartsassistente, viel uit door nek- en schouderklachten na een auto-ongeval. Het UWV stelde vast dat zij per 24 mei 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische beoordeling te optimistisch was en dat haar cognitieve en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegenomen, onderbouwd met rapporten van een neuropsycholoog en neuroloog. Ook stelde zij dat het herstelgedrag onterecht werd beoordeeld en dat het protocol voor whiplashklachten niet goed was gevolgd.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de rapporten van de verzekeringsartsen terecht niet werden verworpen. De neuropsychologische rapportage werd met terughoudendheid beoordeeld vanwege gebrek aan objectieve medische onderbouwing. De brief van de neuroloog bracht geen nieuwe feiten die het oordeel konden wijzigen. De arbeidsdeskundige schatting van passende functies was medisch verantwoord.
Gelet op deze overwegingen slaagde het hoger beroep niet en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.