Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 27 mei 2013 ongegrond;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2005 in dienst bij het ministerie van VROM en werd door een reorganisatie herplaatsingskandidaat. Hij sloot een overeenkomst waarbij hij met behoud van salaris werd vrijgesteld van werk en een opleiding kon volgen, met ontslag per 1 januari 2012.
Na het indienen van een WW-uitkering werd deze geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden door eigen ontslag. Het Uwv herzag dit besluit na bezwaar, maar de minister ging in beroep tegen deze herziening.
De rechtbank oordeelde dat appellant zelf en zonder druk het ontslag initieerde en dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van hem kon worden gevergd. De Centrale Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat appellant zijn ontslag op eigen initiatief nam om in het onderwijs te gaan werken, ondanks ruime faciliteiten van de werkgever.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering. Er is geen sprake van dwang door de werkgever en de regeling was door appellant zelf voorgesteld en geaccepteerd. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en de WW-uitkering wordt beëindigd wegens verwijtbaar eigen ontslag.