ECLI:NL:CRVB:2014:546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder aantoonbare dienstgerelateerde oorzaak
Appellante, werkzaam bij de gemeente Rotterdam, ervoer vanaf december 2006 ongewenste omgangsvormen door een collega, wat leidde tot een klacht en disciplinaire maatregelen tegen deze collega. Ondanks deze omstandigheden en haar latere ziekmelding in februari 2010, heeft appellante onvoldoende feiten aangevoerd om aannemelijk te maken dat haar arbeidsongeschiktheid in en door de dienst is veroorzaakt.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft daarom in augustus 2011 een korting op haar bezoldiging toegepast op grond van artikel 52 van Pro het Ambtenarenreglement Rotterdam. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de bijzondere factoren die de arbeidsongeschiktheid zouden veroorzaken objectief moeten worden vastgesteld en dat bij psychische arbeidsongeschiktheid de factoren een buitensporig karakter moeten dragen. Appellante slaagde er niet in deze buitensporigheid aannemelijk te maken, mede omdat het conflict met de collega in de privésfeer was ontstaan, er passende maatregelen waren genomen, en de collega vanaf augustus 2008 elders werkte. Ook de medische verklaringen boden geen steun voor de stelling van buitensporige werkomstandigheden.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de bezoldiging wegens onvoldoende onderbouwing van dienstgerelateerde arbeidsongeschiktheid.