ECLI:NL:CRVB:2014:588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en afwijzing langdurigheidstoeslag wegens eigendom woning in Marokko
Appellanten ontvingen sinds 1998 bijstand, maar het college stelde na onderzoek vast dat appellant eigenaar was van een woning in Marokko. Hierdoor werd het vermogen vastgesteld op €92.279,31, wat het vrij te laten vermogen overschreed, en werd de bijstand ingetrokken met terugvordering van de kosten. Tevens werd een aanvraag langdurigheidstoeslag afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de woning eigendom was van de broer van appellant. De Raad oordeelde echter dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant eigenaar was, onder meer door een door appellant ondertekend elektriciteitsaanvraagformulier, verklaringen van een lokale wijkagent (moquaddem), een buurman en eerdere verklaringen van appellant zelf.
De door appellanten overgelegde stukken, waaronder een akte van bekendheid en kadastergegevens, boden onvoldoende bewijs dat de broer eigenaar was. De Raad vond geen aanleiding het onderzoek te heropenen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant eigenaar is van de woning, waardoor bijstand wordt ingetrokken en langdurigheidstoeslag wordt afgewezen.