Appellant was schuldig nalatig in het betalen van AOW-premies over meerdere jaren, wat leidde tot een korting van 18% op zijn AOW-uitkering. De Raad stelde vast dat de schuldignalatigverklaring over het jaar 1973 niet correct was bekendgemaakt, waardoor de korting voor dat jaar niet zorgvuldig was gemotiveerd.
De Raad gaf de SVB opdracht dit gebrek te herstellen. De SVB verklaarde het bezwaar gegrond voor 1973 en paste de korting aan naar 16%, omdat appellant acht jaarpremies schuldig was gebleven. Tevens ontving appellant een nabetaling en wettelijke rente.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het oorspronkelijke besluit van 5 juni 2009, verklaarde het beroep gegrond tegen dat besluit en ongegrond tegen het latere besluit van 24 september 2013. De SVB werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.