ECLI:NL:CRVB:2014:69
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.N.A. Bootsma
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim medewerker financiële administratie
Appellante was sinds 1991 in dienst en werkte sinds 1996 als medewerker Centrale Financiële Administratie bij de LDKS. In 2009 kwam aan het licht dat zij niet-ondertekende accountantsverklaringen had verstrekt die niet van Deloitte afkomstig waren. Verder onderzoek toonde betalingen op haar naam zonder grondslag aan.
Het college legde haar op 26 november 2010 onvoorwaardelijk ontslag op wegens plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de feiten niet, maar voerde aan dat haar burn-out en werkomstandigheden het plichtsverzuim niet aan haar konden worden toegerekend en dat ontslag onevenredig was.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim terecht was vastgesteld en dat er geen causaal verband was tussen haar klachten en het plichtsverzuim. De ernst van het vergrijp en haar functie rechtvaardigden het ontslag. Het college had zorgvuldig gehandeld ondanks het tijdsverloop. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van appellante wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.