ECLI:NL:CRVB:2014:733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 2004 een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na medisch onderzoek door een Duitse arts en aanvullend verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek besloot het UWV in 2011 de uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn fysieke en psychische klachten werden onderschat en dat het onderzoek onbetrouwbaar was vanwege taalproblemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan en geen nader orthopedisch onderzoek nodig was.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de psychische klachten niet waren onderschat. Het ontbreken van nader onderzoek door een Nederlandstalige arts werd betreurd, maar dit leidde niet tot een ander oordeel, mede omdat een tolk aanwezig was bij het onderzoek.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalde en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.