ECLI:NL:CRVB:2014:746
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum periodieke WUBO-uitkering met terugwerkende kracht na ambtelijke fout
Appellant, geboren in 1930, diende in 1997 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van uitkeringen op grond van de Wubo. Deze aanvraag en latere verzoeken om herziening werden aanvankelijk afgewezen. In 2010 werd appellant erkend als burger-oorlogsslachtoffer en kreeg hij toeslagen toegekend met ingang van 1 juni 2009, maar een periodieke uitkering werd geweigerd. Na bezwaar kende verweerder alsnog een periodieke uitkering toe met ingang van diezelfde datum.
In beroep stond uitsluitend de ingangsdatum van de uitkering ter discussie. De Raad oordeelde dat verweerder beleid hanteert waarbij terugwerkende kracht bij herziening alleen wordt toegekend bij een ambtelijke fout, met een maximale terugwerkende kracht van vijf jaar. Verweerder stelde dat de toekenning was gebaseerd op nieuw bewijs, een getuigenverklaring, maar de Raad concludeerde dat deze verklaring geen nieuwe feiten bevestigde. Wel was er nieuw historisch onderzoek dat bevestigde dat appellant terecht werd erkend.
De Raad stelde vast dat eerdere afwijzingen berustten op ontoereikend onderzoek, wat een ambtelijke fout is. Daarom werd de maximale terugwerkende kracht van vijf jaar toegepast en de ingangsdatum van de uitkering vastgesteld op 1 juni 2004. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De ingangsdatum van de periodieke WUBO-uitkering wordt vastgesteld op 1 juni 2004 met maximale terugwerkende kracht vanwege een ambtelijke fout.