ECLI:NL:CRVB:2012:BY7821
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum en grondslag WUV-uitkering met discriminatieaspecten
Betrokkene, geboren in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in 2002 een WUV-uitkering aan. Aanvankelijk werd dit afgewezen vanwege onvoldoende verbondenheid met de Nederlands-Indische samenleving. Na meerdere procedures en herzieningsverzoeken werd uiteindelijk in 2009 een uitkering toegekend met ingang van 1 september 2006.
In beroep stelde betrokkene dat de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2002 moest ingaan vanwege een ambtelijke inschattingsfout over haar taalbeheersing. Tevens werd aangevoerd dat het onderscheid in de berekening van de uitkering op basis van het levenspeil in Indonesië (rupiah-grondslag) in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro, omdat dit leidt tot discriminatie.
De Raad oordeelde dat de inschattingsfout aan verweerder is toe te rekenen en dat de uitkering daarom met terugwerkende kracht vanaf de datum van aanvraag moet worden toegekend. Daarnaast stelde de Raad vast dat het onderscheid tussen de rupiah- en euro-grondslag indirect discriminerend is en niet objectief gerechtvaardigd kan worden, waardoor artikel 8, lid 3, onder b, van de WUV buiten toepassing moet blijven.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd het onderzoek heropend voor een mogelijke schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De ingangsdatum van de WUV-uitkering wordt gesteld op 1 april 2002 en het onderscheid in grondslagberekening op basis van het levenspeil in Indonesië wordt onrechtmatig geacht.