ECLI:NL:CRVB:2014:803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening terug- en invorderingsbesluit WWB wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving bijstand over de periode van november tot december 2007, waarna het college van burgemeester en wethouders van Almere bij besluit van april 2008 de terugvordering van de bijstandskosten vaststelde. Appellante verzocht in 2011 om herziening van dit terugvorderingsbesluit, stellende dat haar situatie sinds 2008 sterk was verslechterd, onder meer door stopzetting van noodopvang en daling van inkomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit ongegrond en ook in hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening niet kon slagen omdat het eerdere besluit in rechte onaantastbaar was en appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die relevant waren voor het besluit.
Hoewel appellante ernstige psychische problematiek aanvoerde, bleek deze voort te komen uit eerdere traumatische ervaringen en onzekerheid over haar verblijfsrecht, zonder direct verband met de terugvordering. De Raad concludeerde dat de omstandigheden ten tijde van het oorspronkelijke besluit niet wezenlijk verschilden en dat het college terecht het verzoek tot herziening had afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van schade werd eveneens afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien om appellanten in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het terugvorderingsbesluit wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.