ECLI:NL:CRVB:2014:816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over intrekking WAO-uitkering en medisch onderzoek arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De uitkering werd in 2004 opgeschort en in 2009 hervat. In 2010 stelde het UWV vast dat betrokkene minder dan 15% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 15 december 2010. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond omdat het medisch onderzoek naar de situatie per 1 mei 2004 onzorgvuldig was, gebaseerd op verouderde en onvoldoende gemotiveerde rapporten.
In hoger beroep bevestigt de Raad deze conclusie en oordeelt dat het gebrek in het medisch onderzoek niet is hersteld door nieuw rapport van de verzekeringsarts. De Raad stelt dat het UWV niet voldoende bewijs heeft geleverd voor de arbeidsongeschiktheid op 1 mei 2004, maar dat het wel mogelijk is om de beëindiging van de uitkering per 15 december 2010 alsnog te onderbouwen.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nader onderzoek te verrichten naar de mate van arbeidsongeschiktheid op die datum om het besluit te herstellen. De rechtbank had het primaire besluit herroepen, maar de Raad acht het herstel van het gebrek door nader onderzoek mogelijk en passend.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nader onderzoek te verrichten naar de arbeidsongeschiktheid per 15 december 2010 om het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering te herstellen.