Uitspraak
.Voor het Uwv is verschenen
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage over een WW-uitkering. Na een tussenuitspraak is het UWV verplicht een nieuw besluit te nemen, waarbij appellant alsnog in aanmerking werd gebracht voor een WW-uitkering met ingang van 1 oktober 2010.
Appellant vordert een schadevergoeding van €9.000 wegens schending van zijn privéleven zoals beschermd onder artikel 8 EVRM Pro, omdat hij door het eerdere onrechtmatige besluit psychisch leed en maatschappelijke terugval heeft ervaren. De Raad beoordeelt dat appellant deze stelling niet met concrete bewijzen heeft onderbouwd.
De Raad vernietigt het besluit van 28 januari 2011 en de aangevallen uitspraak, wijst het verzoek om schadevergoeding af, en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2014.
Uitkomst: Het besluit van 28 januari 2011 wordt vernietigd en het verzoek om schadevergoeding wegens schending van artikel 8 EVRM wordt afgewezen.