ECLI:NL:CRVB:2014:830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid na zorgvuldige UWV-beoordeling
Appellant was in aanmerking gebracht voor een Werkloosheidswetuitkering en meldde zich ziek op 29 november 2012. Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 14 december 2012 na een bedrijfsartsonderzoek, omdat appellant weer geschikt werd geacht om zijn werk als administratief medewerker te verrichten.
Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts, maar het UWV handhaafde het besluit. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan de conclusies, ook niet met betrekking tot psychische klachten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door ziekte te veel beperkingen ondervindt om zijn werk uit te voeren en verzocht om een deskundigenonderzoek. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gegevens had ingebracht die de medische beoordeling van het UWV ondermijnen en wees het verzoek af.
De Raad concludeerde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, rekening heeft gehouden met alle medische informatie en dat er geen aanwijzingen zijn dat appellant meer beperkingen heeft dan aangenomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ziekengelduitkering wordt bevestigd.