ECLI:NL:CRVB:2014:855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies
Appellante werkte sinds oktober 2008 als [naam functie] en viel in mei 2009 uit wegens psychische klachten. Na het einde van haar dienstverband in oktober 2009 vroeg zij in januari 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV wees dit af omdat zij bij aanvang van het dienstverband al volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
Appellante maakte bezwaar en kreeg een herbeoordeling, waarbij werd geconcludeerd dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de functies passend. De rechtbank onderschreef dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ernstige psychische klachten had en onder behandeling was bij Punt P.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig had gehandeld en dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor chronische depressiviteit op de datum van beoordeling. De aanvullende medische informatie bood geen grond voor een ander oordeel. De aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst werd als juist beschouwd en de geselecteerde functies passend. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies.