ECLI:NL:CRVB:2014:895
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Niet verwijtbaar werkloos wegens niet tijdige en onvolledige loonbetaling
Appellant was sinds december 2009 in dienst bij een eenmansbedrijf en nam op 7 maart 2011 ontslag vanwege niet tijdige en onvolledige loonbetalingen door de werkgever. Het UWV weigerde aanvankelijk de WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos zou zijn geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant werkgever schriftelijk had moeten aanmanen. In hoger beroep stelde appellant dat mondelinge aanmaningen voldoende waren en dat de omstandigheden van het eenmansbedrijf en de persoonlijke relatie met de werkgever dit rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat de niet tijdige en onvolledige loonbetaling een dringende reden vormde voor onmiddellijke ontslagname zonder schriftelijke aanmaning. De financiële situatie van appellant was onhoudbaar, en zijn mondelinge pogingen tot oplossing waren aannemelijk. Het UWV had ten onrechte de WW-uitkering geweigerd en werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Appellant is niet verwijtbaar werkloos en heeft recht op WW-uitkering vanaf 7 maart 2011.