ECLI:NL:CRVB:2014:917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- J.Th. Wolleswinkel
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Weigering benoeming honorair hoogleraar ondanks langdurige onderhandelingen
Appellant was tot december 2009 werkzaam als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en voerde vanaf februari 2009 gesprekken over een honorair hoogleraarschap. Hoewel er een aanbod was gedaan voor een periode van drie jaar, werd dit later uitgebreid naar vijf jaar, maar zonder werkplek op de faculteit, wat voor appellant een belangrijk punt was.
Ondanks acceptatie van het aanbod door appellant, bleven partijen verdeeld over de voorwaarden, met name over de werkplek. Dit leidde ertoe dat het college medio december 2009 het honorair hoogleraarschap in de ijskast zette en uiteindelijk in maart 2010 mededeelde dat appellant niet benoemd zou worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Er was geen overeenstemming bereikt over de benoeming en er zijn geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen gedaan die een gerechtvaardigde verwachting bij appellant konden wekken. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de benoeming tot honorair hoogleraar bevestigd.