Uitspraak
OVERWEGINGEN
Daarom mag worden aangenomen dat de belastbaarheid van appellante op de datum in geding op juiste wijze is verwoord in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 oktober 2011.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, woonachtig in Marokko, vroeg om voortzetting van haar nabestaandenuitkering na het bereiken van de meerderjarigheid van haar jongste kind. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze uitkering omdat appellante niet arbeidsongeschikt zou zijn volgens de Algemene nabestaandenwet (ANW).
Na bezwaar en medisch onderzoek door de Marokkaanse sociale zekerheidsdienst (CNSS) en beoordeling door het Uwv, werd geconcludeerd dat appellante niet voldoet aan de criteria voor arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een zorgvuldigheidsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar medische beperkingen werden onderschat, maar de Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten toereikend zijn en dat de aanvullende verklaringen onvoldoende onderbouwd zijn. Er is geen reden voor nader onderzoek.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee het besluit van de Svb standhoudt dat appellante geen recht heeft op de nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid in de zin van de ANW.