ECLI:NL:CRVB:2014:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde bijstand ondanks beroep op zesmaandenjurisprudentie
Appellant ontving bijstand met een toeslag van 20% vanwege alleenstaandheid en het niet kunnen delen van kosten. Na ontruiming woonde hij tijdelijk op een adres waarvan de bewoners tijdelijk in het buitenland verbleven. Tijdens een huisbezoek in juli 2011 verklaarde hij dat hij tot oktober 2011 daar mocht verblijven en daarna bij zijn vriendin zou gaan wonen.
Het college trok de bijstand in vanaf juli 2011 wegens onbekend verblijf en herzag later het besluit, waarbij de toeslag werd verlaagd naar 10% en een bedrag van €451,63 werd teruggevorderd over de periode van 15 oktober 2011 tot februari 2012. Appellant beriep zich op de zesmaandenjurisprudentie, stellende dat hij tijdig had gemeld bij zijn moeder te gaan wonen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij dit tijdig had gemeld, mede gelet op zijn eigen brief van september 2011 waarin hij aangaf nog geen woonadres te hebben. De zesmaandenjurisprudentie was daarom niet van toepassing en het college mocht de terugvordering effectueren.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €451,63 wordt bevestigd.