ECLI:NL:CRVB:2014:990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-nakomen afspraken en onduidelijke gezinssituatie in buitenland
Appellant, woonachtig in Marokko, ontving kinderbijslag voor elf kinderen, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) kreeg aanwijzingen dat dit onterecht was. Onderzoek door de sociaal attaché van de Nederlandse ambassade in Rabat wees uit dat appellant zijn inlichtingenplicht schond door niet mee te werken en onduidelijkheid te verschaffen over zijn hoofdverblijf en dat van zijn kinderen.
De Svb schortte de kinderbijslag op en weigerde deze uiteindelijk vanaf het derde kwartaal van 2008. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard omdat betrouwbare informatie ontbrak om vast te stellen of de kinderen tot zijn huishouden behoren. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellant dat de onderzoeksresultaten onjuist waren, maar de Raad oordeelde dat de verklaringen van verschillende Marokkaanse autoriteiten en het ontbreken van medewerking van appellant voldoende bewijs vormden dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. Ook het feit dat hij meerdere woonplaatsen had en niet alle kinderen bij zich wonen, werd meegewogen.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn kinderen tot zijn huishouden behoren en bevestigde daarom de weigering van kinderbijslag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende betrouwbare informatie over de gezinssituatie van appellant.