ECLI:NL:CRVB:2015:100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheidsontslag politieagent na onvoldoende functioneren
Appellant trad in 2004 in dienst bij de politie en werd in de loop der jaren overgeplaatst en beoordeeld. Vanaf 2010 werd zijn functioneren als onvoldoende beoordeeld, met aandachtspunten zoals rijvaardigheid, communicatie en het ontvangen van feedback. Ondanks een verbetertraject en meerdere gesprekken met leidinggevenden bleef verbetering uit.
De korpschef verleende appellant in 2012 eervol ontslag wegens ongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en stelde onder meer dat het beoordelingsgesprek formele gebreken vertoonde en dat hij onvoldoende was begeleid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de beoordeling voldoende is onderbouwd met praktijkvoorbeelden en dat appellant voldoende kansen en begeleiding heeft gekregen. Ook is de ongeschiktheid concreet aangetoond aan de hand van gedragingen. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt afgewezen, waarmee het ongeschiktheidsontslag rechtsgeldig blijft.
Uitkomst: Het ongeschiktheidsontslag van appellant wordt bevestigd wegens onvoldoende functioneren ondanks verbetertraject.