ECLI:NL:CRVB:2015:1017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet over 2010
Appellant, woonachtig in België, ontving in 2010 een pensioen en AOW-uitkering. Het Zorginstituut stelde de buitenlandbijdrage over 2010 vast op €550,43, welke appellant betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat appellant op grond van Verordening EG nr. 883/2004 recht heeft op zorg in België ten laste van Nederland en daarom een bijdrageplicht heeft volgens artikel 69 Zvw Pro. De door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals onvoldoende informatie en beslaglegging op pensioen, leiden niet tot afwijking van deze wettelijke verplichting.
De Raad verwierp ook het beroep op ongerechtvaardigd onderscheid en strijd met vrij verkeer, verwijzend naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en eerdere uitspraken van de Raad. Een kennelijke verschrijving van de rechtbank over de bijdrage werd gecorrigeerd, maar dit beïnvloedde de uitkomst niet.
Uiteindelijk bevestigde de Raad de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. De buitenlandbijdrage blijft onverminderd verschuldigd.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage over 2010 van €550,43 wordt bevestigd en blijft verschuldigd.