ECLI:NL:CRVB:2015:1026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onvoldoende functioneren ambtenaar ondanks werkzaamheden voor ondernemingsraden
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de gemeente Utrecht en voorzitter van de centrale ondernemingsraad (COR) en ondernemingsraad (OR), kreeg een onvoldoende resultaatbeoordeling over de periode van november 2011 tot februari 2012. Hij was voor achttien uur per week vrijgesteld van zijn functie vanwege zijn werkzaamheden voor de COR en OR.
Het college stelde de beoordeling vast en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat de beoordeling onjuist was en dat zijn werkzaamheden voor de COR en OR onterecht niet waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat de beoordeling voldoende was onderbouwd, ondanks dat de informanten niet altijd schriftelijk waren geraadpleegd zoals voorgeschreven. De werkzaamheden voor de COR en OR behoren niet tot de functie waarop de ambtenaar wordt beoordeeld. Verder is niet gebleken dat deze werkzaamheden zijn functioneren negatief hebben beïnvloed. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onvoldoende resultaatbeoordeling en wijst het hoger beroep af.