ECLI:NL:CRVB:2015:1157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ouderdomspensioen op grond van AOW wegens ontbreken verzekeringsjaren
Appellante, geboren in 1946, was gehuwd met een man die in Nederland heeft gewerkt. Na het overlijden van haar echtgenoot ontving zij een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Deze uitkering werd beëindigd toen zij de AOW-leeftijd bereikte. Appellante vroeg vervolgens een ouderdomspensioen aan op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij zelf niet verzekerd was geweest voor de AOW.
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing en oordeelde dat appellante als tweede echtgenote geen huwelijkse tijdvakken had vervuld die volgens het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NMV) tot een AOW-verzekering konden leiden.
In hoger beroep stelde appellante dat haar recht op een ouderdomspensioen voortvloeide uit het feit dat haar overleden echtgenoot in Nederland had gewerkt. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwees naar een eerdere uitspraak waarin dit standpunt werd bevestigd. De Raad concludeerde dat het werk van de echtgenoot niet tot een ander oordeel leidt en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Raad wees ook proceskosten af en bevestigde de aangevallen uitspraak. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 april 2015.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een ouderdomspensioen wordt afgewezen omdat zij niet verzekerd is geweest voor de AOW.