ECLI:NL:CRVB:2014:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ouderdomspensioen tweede echtgenote na overlijden eerste echtgenote
Appellante, tweede echtgenote van [B.K.], verzocht om toekenning van een ouderdomspensioen na het overlijden van de eerste echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af op basis van eerdere besluiten en het toepasselijke Nederlands-Marokkaanse verdrag (NMV) en de Algemene Ouderdomswet (AOW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet verzekerd was geweest voor de AOW en geen rechten ontleent aan het NMV. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat het NMV en het wijzigingsverdrag van 2004 alleen een zelfstandig ouderdomspensioen toekennen aan de eerste echtgenote, niet aan een tweede echtgenote.
De Raad benadrukte dat de beleidsmatige toepassing van het NMV door de Svb sinds 1985, waarbij huwelijkse tijdvakken slechts aan de eerste echtgenote worden toegekend, niet onredelijk is. Ook het vervallen van de regeling inzake polygamie in 2004 en de bepalingen van het Slotprotocol ondersteunen deze weigering. De financiële situatie van appellante en haar echtgenoot doet hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek van de tweede echtgenote om een ouderdomspensioen toe te kennen wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.