Uitspraak
OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak - voor zover thans nog van belang - heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1999 werkzaam bij de Gemeenschappelijke Vuilverwerking Leiden en omgeving en werd in 2008 op non-actief gesteld na een onderzoek naar onregelmatigheden en een gespannen werksfeer, mede veroorzaakt door intimiderend gedrag van appellant. Het rapport Hoffmann concludeerde dat er een onveilige cultuur heerste en dat appellant een rol speelde in het ontstaan hiervan.
Na diverse besluiten tot ontheffing en een re-integratietraject, waarbij appellant tijdelijk elders werkte, ontstond een impasse in de arbeidsrelatie. Het dagelijks bestuur verleende appellant eervol ontslag met een bovenwettelijke uitkering wegens onverenigbaarheid van karakters. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten maar verklaarde het latere ontslagbesluit terecht.
Appellant stelde dat het dagelijks bestuur een aanvullende ontslagvergoeding had moeten toekennen omdat het mede verantwoordelijk was voor de impasse. De Raad oordeelde echter dat het bestuur adequaat had gehandeld door het onderzoek te laten uitvoeren, maatregelen te nemen en een cultuurtraject te starten. Het bestuur had geen overwegend aandeel in het ontstaan van de impasse, zodat geen extra vergoeding verschuldigd was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag met bovenwettelijke uitkering wordt bevestigd.