ECLI:NL:CRVB:2015:1248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen zelfstandige wegens niet voldoen urencriterium
Appellant, een zelfstandige geboren in 1953, diende op 3 oktober 2012 aanvragen in voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) en een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Hij gaf aan sinds 1 maart 2008 arbeidsongeschikt te zijn wegens psychische klachten.
Na onderzoek en advies door FBA Adviesgroep werd geconcludeerd dat appellant niet voldeed aan het urencriterium zoals bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, waardoor hij niet viel onder de doelgroep van het Bbz en ook niet als gewezen zelfstandige voor de IOAZ kon worden aangemerkt. Tevens voldeed appellant niet aan de inkomenseis voor de IOAZ.
Het dagelijks bestuur wees de aanvragen af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze besluiten. In hoger beroep stelde appellant dat hij toch recht had op bijstand op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Bbz, maar de Raad oordeelde dat deze bepaling door wetswijzigingen sinds 1 augustus 2004 feitelijk een loze bepaling is geworden.
Ook het beroep op de IOAZ faalde omdat appellant niet voldeed aan het urencriterium in het jaar voorafgaand aan de aanvraag. Het dagelijks bestuur had weliswaar coulance betracht door terug te kijken naar een eerder jaar, maar dit was geen beleidsregel en onttrok zich aan rechterlijk oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens niet voldoen aan het urencriterium.