ECLI:NL:CRVB:2015:1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig werknemer bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kreeg per 15 januari 2012 ontslag. Op 19 april 2013 meldde hij zich ziek met hoofdpijn-, rug- en spanningsklachten en werd hij in aanmerking gebracht voor een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 28 mei 2013 na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Overijssel oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen voldoende diepgaand en zorgvuldig was en dat appellant geen nieuwe medische informatie had overgelegd die een andere beoordeling rechtvaardigde.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onterecht was uitgegaan van een andere functie en onvoldoende rekening had gehouden met zijn burn-out klachten. De Raad concludeerde echter dat de functieverschillen niet relevant waren en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Er was geen bewijs van een verslechtering van zijn gezondheidstoestand sinds 2010. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 28 mei 2013 na een zorgvuldig en toereikend gemotiveerd verzekeringsgeneeskundig onderzoek.